ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens toepassing artikel 9a Sr ondanks bewezen hennepteelt, witwassen en deelname criminele organisatie
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 21 december 2012 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die als grootaandeelhouder en feitelijk leidinggevende betrokken was bij de exploitatie van drie coffeeshops en de handel in hennep en hasjiesj. De rechtbank verklaarde bewezen dat verdachte verantwoordelijk was voor de aanwezigheid van bijna 67 kilo hennep en hasjiesj in diverse opslagplaatsen en handelsvoorraden in de coffeeshops te Leiden en Lisse, waarbij in Lisse de handelsvoorraad de gedoogvoorwaarden overschreed.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte samen met anderen gewoontewitwassen pleegde met een bedrag van circa 10,5 miljoen euro en deelnam aan een criminele organisatie gericht op hennepteelt en handel. De feiten vonden plaats binnen de bedrijfsvoering van de coffeeshops die werden gedreven door twee aan elkaar gelieerde rechtspersonen.
Hoewel de feiten strafbaar zijn en verdachte feitelijk leiding gaf, besloot de rechtbank op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel op te leggen. Dit vanwege de paradoxale situatie dat de exploitatie van coffeeshops die voldoen aan de AHOJ-G-criteria wordt gedoogd, terwijl de bevoorrading en aanhouding van handelsvoorraden strafbaar blijven. De rechtbank benadrukte dat de exploitatie van de coffeeshops een maatschappelijke functie vervult en dat het niet aan de rechter is om het gedoogbeleid te beoordelen.
De rechtbank wees ook het verweer van de verdediging af dat sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen op niet-vervolging door impliciet gedogen. De vervolging was rechtmatig en het openbaar ministerie ontvankelijk. Onregelmatigheden bij het wegen van softdrugs leidden niet tot niet-ontvankelijkheid. De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar is, maar dat toepassing van artikel 9a Sr passend is gezien de omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte strafbaar maar geen straf opgelegd wegens toepassing artikel 9a Wetboek van Strafrecht.