ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7108
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek overlijdensrisicopremies als kosten geldlening eigen woning
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008 en betwist de weigering van aftrek van premies voor een overlijdensrisicoverzekering die is afgesloten op het leven van zijn vader. Zijn ouders hebben mededebiteurschap aanvaard voor een lening voor zijn eigen woning, en in ruil daarvoor betaalt eiser de premies van deze verzekering.
De rechtbank stelt vast dat de premies niet kunnen worden aangemerkt als kosten van geldlening in de zin van artikel 3.120, eerste lid, onder a, Wet IB2001, omdat er geen direct verband bestaat tussen de premies en de eigenwoningschuld. De verzekering dient ter afdekking van het overlijdensrisico van de vader en zorgt voor aflossing van de lening bij overlijden, maar is geen rente of kosten die direct verband houden met de lening.
Eisers stelling dat de premies vergelijkbaar zijn met een renteopslag wordt verworpen, omdat bij een renteopslag de schuld blijft bestaan, terwijl de verzekering de schuld aflost bij overlijden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de inspecteur op de aftrek alsnog toe te kennen ter voorkoming van dubbele belasting, maar niet voor de overlijdensrisicopremies.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat eiser geen kosten heeft gesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aftrek van premies overlijdensrisicoverzekering als kosten van geldlening af, maar kent wel aftrek ter voorkoming van dubbele belasting toe.