ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6037
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens ontbreken bevoegdheid verweerder
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een huisverbod dat hem door verweerder voor tien dagen was opgelegd op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth). Het huisverbod verbiedt verzoeker tevens contact op te nemen met zijn ex-echtgenote en twee kinderen. Verzoeker betoogde dat hij al geruime tijd niet meer woonachtig is op het adres waarvoor het huisverbod geldt, en dat het incident waarop het huisverbod is gebaseerd zich niet in die woning heeft voorgedaan.
Verweerder erkende het lange tijd ontbreken van contact tussen verzoeker en zijn gezin, maar hield vast aan het huisverbod vanwege het verleden van huiselijk geweld en de geest van de Wth. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker niet als bewoner van de woning kan worden aangemerkt, mede omdat hij geen sleutel van de woning bezit. Hierdoor ontbrak de bevoegdheid van verweerder om het huisverbod op te leggen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het huisverbod. Omdat onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak werd gedaan, was er geen belang meer bij de voorlopige voorziening, die daarom werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens het ontbreken van bevoegdheid van verweerder.