ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing bezwaar tegen gedwongen opname op grond van artikel 14d Wet Bopz
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het bezwaar van een betrokkene tegen de beslissing van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis Parnassia tot haar gedwongen opname op grond van artikel 14d lid 1 Wet Bopz. De betrokkene werd op 2 juli 2012 opgenomen na een conversie van een voorwaardelijke machtiging, omdat volgens de geneesheer-directeur het gevaar buiten de inrichting niet langer kon worden afgewend.
De betrokkene en haar advocaat voerden aan dat de opname onrechtmatig was, onder meer omdat de conversie zonder schriftelijke beschikking had plaatsgevonden en de betrokkene niet kon instemmen met de voorwaarden, met name het contact op locatie Noord. De rechtbank oordeelde dat de vraag of de administratieve voorschriften van artikel 53 Wet Pro Bopz waren nageleefd niet relevant was voor de beoordeling van het bezwaar.
Na beoordeling van de feiten, waaronder verklaringen van de juridisch adviseur en de betrokkene zelf, concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van een gevaar dat niet buiten de inrichting kon worden afgewend door naleving van de voorwaarden. De betrokkene hield zich aan de voorwaarden en de moeizame contacten met de locatie Noord waren onvoldoende grond voor gedwongen opname.
Daarom werd het bezwaar van de betrokkene toegewezen en werd de voorwaardelijke machtiging van 20 juni 2012 hersteld, waarmee de gedwongen opname werd opgeheven.
Uitkomst: Het bezwaar van de betrokkene tegen de gedwongen opnamebeslissing wordt toegewezen en de voorwaardelijke machtiging herleeft.