ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5007
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen uitlevering aan Armenië ondanks bezwaren mensenrechtenschending
Eiser, een Armeense staatsburger, vordert in kort geding dat de Staat niet overgaat tot zijn uitlevering aan Armenië, waar hij wordt verdacht van diefstal en witwassen, maar volgens hem politiek wordt vervolgd vanwege deelname aan demonstraties in 2008. Eerder asielverzoeken en rechtsmiddelen zijn afgewezen, en de uitlevering is door de rechtbank Rotterdam en de Hoge Raad toegestaan.
Eiser baseert zijn vordering op nieuwe feiten, waaronder een verklaring van een anonieme getuige die stelt dat een medeverdachte onder druk en marteling belastende verklaringen heeft afgelegd. Tevens beroept hij zich op een recent ambtsbericht over mensenrechtenschendingen in Armenië en stelt dat uitlevering een schending van artikel 3 en Pro 6 EVRM oplevert.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van de anonieme getuige geen nieuw feit is, omdat deze informatie reeds in eerdere procedures beschikbaar had kunnen zijn. Ook het ambtsbericht leidt niet tot een andere beoordeling. Het vertrouwensbeginsel en het specialiteitsbeginsel wegen mee dat de uitlevering niet onrechtmatig is. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opschorting van uitlevering aan Armenië wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.