ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4989
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod en niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing terugkeerbesluit
Verzoeker, van Sierraleoonse nationaliteit, werd ongewenst verklaard en kreeg een inreisverbod opgelegd na afwijzing van zijn aanvraag tot verlenging van zijn verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 24 november 2011 met een vertrektermijn van 28 dagen leidend is en dat latere besluiten die een onmiddellijke vertrektermijn oplegden, waaronder het besluit van 20 april 2012, ten onrechte zijn genomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het inreisverbod onterecht voor tien jaar is opgelegd, omdat verzoeker is veroordeeld voor een misdrijf met een maximale straf van zes jaar, waardoor de wettelijke grondslag voor een tienjarig verbod ontbreekt. Tevens is de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de verblijfsvergunning onjuist, omdat het inreisverbod onterecht is opgelegd en verzoeker belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar.
De rechtbank vernietigt daarom het besluit van 20 april 2012 voor zover het het inreisverbod betreft en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de verblijfsvergunning. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen de verblijfsvergunning. Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de verblijfsvergunning worden vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.