ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en inreisverbod voor Sri Lankaanse asielzoeker wegens ontbreken nieuw feiten
Verzoeker, van Sri Lankaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen, met oplegging van een inreisverbod van drie jaar. Verzoeker stelde dat de veiligheidssituatie voor terugkerende asielzoekers naar Sri Lanka significant was verslechterd en dat hij risico liep op onmenselijke behandeling.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van nieuw gebleken feiten (nova) ten opzichte van het eerdere besluit uit 2001. De overgelegde stukken en stellingen, waaronder artikelen en rapporten over de situatie in Sri Lanka, werden niet als voldoende nieuw of relevant aangemerkt. Ook het asielrelaas uit 2000 en de stelling over de moord op zijn vader werden niet als novum erkend.
De rechtbank concludeerde dat de actuele veiligheidssituatie voor terugkerende asielzoekers niet slechter is dan ten tijde van het eerdere besluit. Politieke activiteit van verzoeker werd niet aannemelijk gemaakt, waardoor de informatie over problemen van politiek actieve asielzoekers niet werd meegewogen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Het inreisverbod van drie jaar werd bevestigd, waarbij de rechtbank oordeelde dat de langdurige illegale verblijf en ingeburgerd zijn in Nederland juist een reden is voor het handhaven van het inreisverbod.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van drie jaar bevestigd.