ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3985
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadeplichtigheid bij CMR-vervoer van filters naar Lelystad
In deze civiele procedure vordert eiseres, een transportonderneming, verklaringen voor recht omtrent haar aansprakelijkheid voor schade aan filters die tijdens het vervoer van Bremen naar Lelystad zijn beschadigd. De filters werden verkocht door BIS aan Alstom AG en vervolgens vervoerd via meerdere vervoerders, waaronder eiseres en onderaannemers. De kern van het geschil betreft de vraag of de zendingen correct zijn afgeleverd bij Electrabel, de geadresseerde volgens de vervoerovereenkomst, of bij Alstom, zoals vermeld op de vrachtbrieven.
De rechtbank stelt vast dat de inhoud van de vervoerovereenkomst bepalend is en niet de vermelding op de CMR-vrachtbrief. Een afwijkende vermelding op de vrachtbrief kwalificeert deze niet als een CMR-vrachtbrief en het bewijsvermoeden van de CMR is dan niet van toepassing. Eiseres kan niet worden geacht te hebben ingestemd met de vermelding van Alstom als geadresseerde, omdat de vrachtbrieven door Seepack zijn opgesteld zonder haar opdracht.
De rechtbank oordeelt dat de overdracht van de zendingen aan Alstom niet geldt als aflevering, waardoor de vervoerders aansprakelijk zijn voor de schade volgens artikel 17 lid 1 CMR Pro. De vorderingen jegens Alstom cs en Electrabel worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De vorderingen jegens Hellmann en BIS worden afgewezen. Voor de vorderingen jegens Watra en Gebr. [B] worden bewijsleveringen toegestaan en de procedure voortgezet. De zaak tegen DHL en Juhnke wordt toegewezen.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard jegens Alstom cs en Electrabel, vorderingen jegens Hellmann en BIS afgewezen, vorderingen jegens DHL en Juhnke toegewezen, bewijslevering toegestaan tegen Watra en Gebr. [B].