ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3832
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarigen na internationale kinderontvoering toegewezen ondanks verhuizing moeder
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarigen naar hun moeder na een ongeoorloofde achterhouding door de vader in Nederland. De moeder was na het vertrek van de kinderen uit Hongarije verhuisd naar Roemenië. De rechtbank oordeelde dat deze verhuizing geen beletsel vormde voor terugkeer, mede omdat de vader stilzwijgend had ingestemd met de verhuizing.
De vader voerde aan dat terugkeer gevaarlijk zou zijn vanwege mishandeling en seksueel misbruik door de moeder en haar partner, en stelde dat de kinderen niet terug wilden. De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs voor deze mishandelingen en stelde vast dat de problematiek van de kinderen mede voortkomt uit eerdere gebeurtenissen, niet uitsluitend uit het verblijf bij de moeder.
Ook werd geoordeeld dat de kinderen vanwege hun leeftijd en loyaliteitsconflict niet rijp genoeg waren om hun mening over terugkeer te laten meewegen. De rechtbank achtte hulpverlening noodzakelijk bij verblijf bij beide ouders en ging ervan uit dat Bureau Jeugdzorg de ondertoezichtstelling in Roemenië zou uitvoeren.
De rechtbank wees het beroep van de vader op de weigeringsgronden van het Verdrag en op artikel 8 EVRM Pro af, en gelastte de terugkeer uiterlijk 1 januari 2013, met een ruime termijn voor begeleiding en voorbereiding. De vader werd verplicht de kinderen terug te brengen of af te geven met reisdocumenten.
De beslissing draagt bij aan het herstel van de situatie voorafgaand aan de ontvoering en waarborgt de belangen van de minderjarigen binnen het internationale kinderontvoeringsrecht.
Uitkomst: De rechtbank gelastte de terugkeer van de minderjarigen naar de moeder uiterlijk 1 januari 2013, ondanks bezwaren van de vader.