ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herroeping ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarigen
De ouders verzochten de rechtbank om herroeping van eerdere beschikkingen die hun minderjarige kinderen onder toezicht stelden en machtiging tot uithuisplaatsing verleenden. Zij stelden dat de Raad voor de Kinderbescherming onzorgvuldig had gehandeld, onjuiste informatie had verstrekt en belangrijke stukken had achtergehouden, wat leidde tot onterechte uithuisplaatsing.
De rechtbank nam kennis van het rapport van de Nationale ombudsman waarin klachten over de Raad gegrond werden verklaard, maar oordeelde dat deze bevindingen niet automatisch leiden tot herroeping van de beschikkingen. De rechtbank stelde dat de maatstaf voor herroeping strenger is dan die van de ombudsman en dat er geen bewijs was dat de Raad bedrog had gepleegd of beslissende stukken had achtergehouden.
De ouders konden niet aantonen dat de Raad bewust feiten had verzwegen of dat er nieuwe beslissende informatie was die bij de oorspronkelijke beslissing had moeten worden betrokken. Ook werd overwogen dat de ouders tijdens eerdere procedures de gelegenheid hadden gehad om verweer te voeren en stukken in te brengen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat geen gronden voor herroeping aanwezig waren en wees het verzoek af. De uitspraak werd gedaan door drie kinderrechters op 15 november 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de beschikkingen tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wordt afgewezen.