ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3632
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunningen en schorsing besluit met betrekking tot ongewenstverklaring en inreisverbod
Eiser, van Sierraleoonse nationaliteit, kreeg zijn verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd onder beperkingen verleend. Verweerder trok deze vergunningen ambtshalve met terugwerkende kracht tot 15 juni 2007 in op grond van artikelen 18 en 19 van de Vreemdelingenwet 2000, ondanks het beleid neergelegd in WBV 2007/11 dat intrekking onder deze voorwaarden uitsluit.
Eiser maakte bezwaar tegen deze intrekkingen, welke bij besluit van 18 november 2011 ongegrond werden verklaard. Hiertegen stelde eiser beroep in. Bij besluit van 9 maart 2012 trok verweerder de ongewenstverklaring in, maar legde een inreisverbod van tien jaar op.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met zijn eigen beleid handelde door de intrekking van de verblijfsvergunningen en verklaart het beroep gegrond voor zover gericht tegen deze intrekkingen. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen een door de rechtbank gestelde termijn. Tevens wordt het beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaard vanwege het ontbreken van een grondslag door de schorsing van het intrekkingsbesluit.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed. Het beroep tegen de ongewenstverklaring is niet-ontvankelijk omdat dit onderdeel is ingetrokken en vervangen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking van de verblijfsvergunningen en schorst het besluit, verklaart het beroep tegen het inreisverbod gegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten.