ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2659
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voorgenomen overdracht aan Polen op grond van Dublinverordening
Verzoekster, een Russische asielzoekster met minderjarige kinderen, betwist de voorgenomen overdracht aan Polen op grond van de Dublinverordening (Vo 343/2003). Zij stelt dat Polen haar en haar kinderen onvoldoende opvang, uitkering en medische zorg bood en dat zij in Polen herhaaldelijk mishandeld werd zonder adequate bescherming van de autoriteiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder, de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Het aangevoerde rapport en het persoonlijke relaas van verzoekster bieden geen concrete aanwijzingen dat Polen zijn verdragsverplichtingen schendt of dat zij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro.
Verder is vastgesteld dat verzoekster toegang had tot de Poolse asielprocedure, een verblijfsrecht, een uitkering, huisvesting en medische zorg, en dat Polen een expliciet claimakkoord heeft gesloten om haar asielverzoek te behandelen. Ook heeft zij de mogelijkheid om zich tot het EHRM te wenden. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen de voorgenomen overdracht aan Polen wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.