ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2386
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige kinderen na internationale kinderontvoering naar Frankrijk
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn minderjarige kinderen die door de moeder zonder zijn toestemming vanuit Frankrijk naar Nederland waren overgebracht. De moeder beriep zich op een weigeringsgrond uit het Haags Kinderontvoeringsverdrag, stellende dat terugkeer de veiligheid en gezondheid van de kinderen zou bedreigen vanwege de woon- en financiële situatie van de vader.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van de vader, waaronder zijn woonomstandigheden bij zijn moeder en zijn financiële draagkracht, niet zodanig was dat deze een ernstig risico voor de kinderen zou vormen. De moeder kon haar stellingen omtrent de verzorging en verantwoordelijkheid van de vader niet voldoende onderbouwen, terwijl de vader deze betwistte.
Gelet op het feit dat minder dan een jaar was verstreken sinds de overbrenging en geen weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b van Pro het Verdrag van toepassing was, werd de onmiddellijke terugkeer van de kinderen gelast. De rechtbank wees het verzoek om een dwangsom af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen naar Frankrijk uiterlijk 10 november 2012.