ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2050
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en oplegging inreisverbod niet in strijd met Associatieovereenkomst
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige', gericht op het exploiteren van een eetcafé. Alle aanvragen zijn afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang dient. De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat een besluit van gelijke strekking niet opnieuw beoordeeld kan worden zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
In de huidige zaak heeft eiser betoogd dat hij een aangepast ondernemingsplan per gewone post heeft verzonden, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. Er zijn geen nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wijzigingen in het recht die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Het bestreden besluit is daarmee van gelijke strekking als het eerdere besluit en kan niet opnieuw worden beoordeeld.
Daarnaast heeft verweerder een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank oordeelt dat dit inreisverbod niet in strijd is met de EEG/Turkije Associatieovereenkomst, omdat eiser aan die overeenkomst geen rechten kan ontlenen. Het bezwaar dat het inreisverbod een volgende aanvraag zou bemoeilijken, faalt omdat het bestuursrechtelijke kader voorziet in opheffing van het inreisverbod bij een aanvraag op grond van het associatierecht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.