ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1942
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.R. van Kerkwijk
- R.A. Sipkens
- Rechtspraak.nl
Verlenging verblijfsvergunning getuige-aangever mensenhandel na niet-ontvankelijkheid beklag
Eiseres, een getuige-aangever in een mensenhandelzaak, had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die verband houdt met de vervolging van mensenhandel. Na een beslissing tot niet-vervolging van de verdachte heeft zij schriftelijk beklag ingediend bij het Gerechtshof. Dit beklag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet als rechtstreeks belanghebbende werd beschouwd volgens artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank oordeelt dat een getuige-aangever per definitie niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt voor een beklag op grond van artikel 12 WvSv Pro, wat een kennelijk, maar door de wetgever niet beoogd gevolg is. De bedoeling van de vreemdelingenrechtelijke regelgeving is dat getuige-aangevers wel een inhoudelijk oordeel van het Gerechtshof kunnen verkrijgen.
In deze zaak heeft eiseres geen inhoudelijk oordeel kunnen verkrijgen, maar de beklagprocedure van haar moeder, het slachtoffer, is nog lopende en er wordt nader onderzoek verricht. De rechtbank vindt het daarom redelijk dat de verlenging van de verblijfsvergunning van eiseres aansluit bij de datum van de beslissing op het beklag van haar moeder.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit binnen zes weken. Tevens worden de proceskosten van eiseres toegewezen en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.