ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen en een inreisverbod van twee jaar op te leggen. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang niet op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en niet kan worden vrijgesteld van deze eis. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en de hardheidsclausule slaagt niet, omdat het gezinsleven ook buiten Nederland kan worden voortgezet en er geen bijzondere omstandigheden zijn die vrijstelling rechtvaardigen.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het inreisverbod onredelijk is, mede omdat verzoekster geen aanvullende omstandigheden heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en oordeelt dat artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 niet van toepassing is op het bezwaar tegen het inreisverbod. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt afgewezen.