ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1631
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Ontvanger in verzet tegen verstekvonnis afgewezen
In deze civiele zaak vordert Sportland dat de rechtbank de Ontvanger niet ontvankelijk verklaart in zijn verzet tegen een verstekvonnis, omdat het verzet niet tijdig zou zijn ingesteld. Sportland stelt dat het verstekvonnis op 15 april 2011 aan de Ontvanger in persoon is betekend en dat de verzettermijn uiterlijk op 13 mei 2011 eindigde. Daarnaast zou de Ontvanger eind 2011 al een daad van bekendheid hebben gepleegd, waardoor de termijn was verstreken.
De Ontvanger betwist dat het verstekvonnis in persoon is betekend, aangezien het exploot werd ontvangen door een receptioniste die bevoegd was stukken in ontvangst te nemen, maar niet de Ontvanger zelf. Tevens stelt hij dat hij pas op 6 februari 2012 daadwerkelijk met het verstekvonnis bekend is geworden. De rechtbank oordeelt dat betekening in persoon strikt moet worden opgevat en dat de Ontvanger als functionaris geen rechtspersoon is, waardoor de betekeningsregels voor rechtspersonen niet van toepassing zijn.
Omdat het verstekvonnis niet in persoon is betekend, begint de verzettermijn pas te lopen bij een daad van bekendheid. De rechtbank stelt vast dat uit de correspondentie eind 2011 geen onmiskenbare daad van bekendheid blijkt. De verzetdagvaarding van 5 maart 2012 is daarom tijdig. De incidentele vordering van Sportland wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. In de hoofdzaak wordt een comparitie bevolen om verdere procedurele stappen te bepalen.
Uitkomst: De Ontvanger is ontvankelijk in zijn verzet omdat het verstekvonnis niet in persoon is betekend en de verzettermijn pas begon bij een daad van bekendheid op 6 februari 2012.