ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0151
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Vaststelling behoud Nederlandse nationaliteit na vernietiging erkenning en voorkoming staatloosheid
De minderjarige [B], geboren in 2002, werd erkend door een Nederlander, waardoor zij de Nederlandse nationaliteit verkreeg, maar verloor daarmee volgens de Chinese Nationaliteitswet haar Chinese nationaliteit. De erkenning werd later door de rechtbank vernietigd, wat volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap zou leiden tot verlies van de Nederlandse nationaliteit.
De rechtbank overweegt dat verlies van de Nederlandse nationaliteit in dit geval staatloosheid zou veroorzaken, wat volgens artikel 14 lid 4 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap niet is toegestaan. Daarom blijft [B] de Nederlandse nationaliteit behouden ondanks de vernietiging van de erkenning.
De rechtbank wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige op het gebied van Chinees nationaliteitsrecht af, omdat het vaststellen van het Nederlanderschap van [B] voldoende duidelijkheid biedt. De beschikking bevestigt dat [B] vanaf 31 maart 2003 Nederlandse nationaliteit bezit en deze niet is verloren.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de minderjarige haar Nederlandse nationaliteit behoudt en wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige af.