ECLI:NL:RBSGR:2012:BY0005
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
Verzoekster, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet toekennen van vrijstelling van dit vereiste. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat verzoekster niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder l, van het Vreemdelingenbesluit. Daarbij werd vastgesteld dat er een sterk vermoeden bestaat van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Azerbeidzjan uit te oefenen, hetgeen een volledige toets aan artikel 8 EVRM Pro vereist.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke belangenafweging. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar ambtshalve werd een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting van verzoekster verbiedt tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en zorgvuldige toetsing van het mvv-vereiste in het licht van het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, en stelt dat een belangenafweging niet mag worden beperkt tot het ontbreken van een uitzichtloze situatie.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met volledige belangenafweging, terwijl uitzetting van verzoekster voorlopig wordt verboden.