ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9087
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens risico mishandeling in Hongarije
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, werd door de minister afgewezen voor een verblijfsvergunning omdat Hongarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde dat hij bij overdracht aan Hongarije gedetineerd zal worden en mishandeld zal worden, wat in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Hij verwees naar verschillende gezaghebbende rapporten en jurisprudentie die mishandeling van gedetineerde asielzoekers in Hongarije aantonen.
De minister stelde dat verzoeker niet zal worden gedetineerd omdat hij subsidiere bescherming geniet en dat mishandeling niet frequent genoeg voorkomt om een risico aan te nemen. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze stelling niet zorgvuldig is onderzocht en onvoldoende gemotiveerd is, mede omdat de minister geen navraag heeft gedaan bij Hongaarse autoriteiten. De rechtbank concludeerde dat uit diverse onafhankelijke bronnen blijkt dat mishandeling frequent voorkomt en dat verzoeker een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar er werd een verbod opgelegd om verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken na het nieuwe besluit. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege het reële risico op mishandeling in Hongarije.