ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9085
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument familieleden zonder gezamenlijk verblijf in andere lidstaat
Eisers, met de Senegalese nationaliteit, vroegen om een verblijfsdocument als familieleden van een Unieburger die met zijn Nederlandse echtgenote in België verbleef en daarna terugkeerde naar Nederland. De rechtbank oordeelt dat de EU-verblijfsrichtlijn alleen rechten verleent aan familieleden die gezamenlijk met de Unieburger in een andere lidstaat hebben verbleven. Eisers hadden zich niet in België bij de referent gevoegd, waardoor zij geen rechten aan de richtlijn kunnen ontlenen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie, waaronder het Surinder Singh-arrest, waarin is bepaald dat terugkeer met familieleden na gezamenlijk verblijf in een andere lidstaat rechten kan activeren. Dit geldt niet voor situaties waarin familieleden rechtstreeks vanuit het land van herkomst naar Nederland reizen zonder gezamenlijk verblijf in een andere lidstaat.
Eisers voerden ook een beroep op artikel 8 EVRM Pro inzake gezinsleven aan, maar de rechtbank stelt dat dit geen grond biedt voor verstrekking van het gevraagde verblijfsdocument. Tevens werd het beroep op de afgifte van een C-visum verworpen als rechtens te honoreren verwachting voor verblijf. De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanvragen afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanvragen af omdat eisers niet gezamenlijk met de Unieburger in een andere lidstaat hebben verbleven en daardoor geen rechten ontlenen aan de verblijfsrichtlijn.