ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- E.I. Batelaan-Boomsma
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over verkoopopbrengst grond als inkomsten uit andere arbeid met boetevermindering
Eiseres en haar echtgenoot verkochten meerdere percelen grond die oorspronkelijk een bedrijfsbestemming hadden, maar waarvoor een wijzigingsbevoegdheid naar woningbouw was opgenomen na initiatief van de echtgenoot. De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden van de echtgenoot, waaronder het benaderen van de gemeente en het voorbereiden van de verkoop, het normale kader van particuliere vermogenstransacties te boven gingen en gericht waren op het behalen van geldelijk voordeel.
De opbrengst van de verkoop is daarom terecht belast als inkomsten uit andere arbeid volgens artikel 22, eerste lid, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de brief van de Belastingdienst slechts een veronderstelling bevatte met voorbehouden. Ook het betoog dat de opbrengst in 2000 al was gerealiseerd wordt verworpen, omdat de koopsom pas in 2001 en 2002 werd betaald.
De rechtbank oordeelt dat de waarde van de grond als uitgangspunt mag worden genomen zoals aangegeven in de aangifte vermogensbelasting 1999 en dat de rente die door de koper is betaald geen rente op een vordering is, maar onderdeel van de koopsom. De verdeling van de opbrengst tussen eiseres en haar echtgenoot is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst. Ten slotte wordt de vergrijpboete van 50% bevestigd maar verminderd met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opbrengst van de grondverkoop is belast als inkomsten uit andere arbeid en de vergrijpboete wordt verminderd tot € 65.309 wegens overschrijding van de redelijke termijn.