ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7751
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Kleij
- H.C. Greeuw
- S.W.S. Kiliç
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning ondanks gezinsleven met minderjarige zoon in Nederland
Eiser, een Congolese vreemdeling die sinds 1992 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning om bij zijn minderjarige zoon in Nederland te verblijven. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling hiervan. De rechtbank oordeelde dat verweerder het algemeen belang zwaarder mocht laten wegen dan het belang van eiser en zijn zoon om het gezinsleven in Nederland voort te zetten.
De rechtbank overwoog dat het gezinsleven tussen eiser en zijn zoon weliswaar in Nederland wordt uitgeoefend, maar dat er geen objectieve belemmeringen zijn om dit gezinsleven in de Democratische Republiek Congo voort te zetten. De stelling dat de moeder van de zoon niet zou toestaan dat de zoon naar de DRC verhuist werd niet onderbouwd. Ook het negatieve reisadvies naar de DRC leidde niet tot een andere conclusie.
Daarnaast werd het feit dat eiser zijn strafrechtelijke antecedenten had, meegewogen in de belangenafweging, maar de rechtbank vond dat deze niet zwaarder moesten wegen gezien het tijdsverloop en eisers gedrag sindsdien. Het beroep op het recht op toegang tot de rechter en vrijstelling van griffierecht werd gegrond verklaard omdat eiser niet over voldoende middelen beschikte om het griffierecht te betalen en dit een wezenlijke inbreuk vormde op zijn recht op toegang tot de rechter.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard, en de rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.