ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7364

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
27 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
422378 / KG ZA 12-680
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 13 EVRMArt. 6:162 BWArt. 81 Wet op de Rechterlijke Organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verbod tenuitvoerlegging strafrechtelijke arresten ondanks klachten EVRM-schending

Eisers werden veroordeeld voor vernielingen en onbevoegd betreden van een militaire basis en kregen taakstraffen en geldboetes opgelegd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Tijdens het hoger beroep werden hun advocaten uit de rechtszaal verwijderd, waarna eisers stelden dat hun rechten op verdediging en meningsuiting waren geschonden, in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Eisers dienden cassatie in bij de Hoge Raad, die hen niet-ontvankelijk verklaarde in de middelen die deze schendingen betroffen en oordeelde dat de overige middelen niet tot cassatie konden leiden. Eisers vorderden vervolgens in kort geding dat de Staat werd verboden de arresten ten uitvoer te leggen totdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) hierover zou hebben geoordeeld.

De rechtbank overwoog dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken vereist dat veroordelingen worden uitgevoerd zodra geen rechtsmiddelen meer openstaan, tenzij er een duidelijke schending van artikel 6 EVRM Pro is die door het EHRM is vastgesteld. Eisers hadden geen klacht ingediend bij het EHRM en konden niet aantonen dat sprake was van een evidente schending. De vordering werd daarom afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering om de tenuitvoerlegging van de strafrechtelijke arresten te verbieden wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: 422378 / KG ZA 12-680
Vonnis in kort geding van 27 juli 2012
in de zaak van
1. [eiser sub 1],
wonende te [woonplaats 1],
2. [eiser sub 2],
wonende te [woonplaats 2],
3. [eiser sub 3],
wonende te [woonplaats 3],
4. [eiser sub 4],
wonende te [woonplaats 4],
5. [eiser sub 5],
wonende te [woonplaats 3],
6. [eiser sub 6],
wonende te [woonplaats 4],
7. [eiser sub 7],
wonende te [woonplaats 5],
8. [eiser sub 8],
wonende te [woonplaats 6],
9. [eiser sub 9],
wonende te [woonplaats 1],
eisers,
advocaat mr. M.J.F. Stelling te Alphen aan den Rijn,
tegen:
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid in Justitie),
zetelend te 's-Gravenhage,
gedaagde,
advocaat mr. E.J. Daalder te 's-Gravenhage.
1. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 23 juli 2012 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
1.1. Aan eisers is bij inleidende dagvaarding van 8 augustus 2005 in een procedure bij de politierechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 6 augustus 2005 op of bij vliegbasis Volkel vernielingen hebben aangericht en dat zij zich onbevoegd op het terrein van die vliegbasis hebben bevonden. Op 20 juli 2007 heeft de politierechter eisers ieder veroordeeld tot een werkstraf en een geldboete wegens het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen en het zich zonder daartoe gerechtigd te zijn op andermans grond bevinden.
1.2. Eisers hebben hoger beroep ingesteld tegen de door de politierechter gewezen vonnissen. Tijdens de (voortgezette) behandeling ter terechtzitting op 2 juni 2010 bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de voorzitter van het hof de advocaten van eisers het woord ontnomen en hen door de parketpolitie uit de zittingszaal laten verwijderen.
1.3. Bij arresten van 2 juni 2010 heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch eisers veroordeeld wegens het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen en het zich zonder daartoe gerechtigd te zijn op andermans grond bevinden. Eisers sub 1, 2, 6 en 8 zijn veroordeeld tot een taakstraf van veertig uren subsidiair twintig dagen hechtenis, eisers sub 3, 4 en 5 tot een taakstraf van dertig uren subsidiair vijftien dagen hechtenis en eisers sub 7 en 9 tot een taakstraf van twintig uren subsidiair tien dagen hechtenis. Alle eisers zijn voorts veroordeeld tot een geldboete van € 100,--, bij gebreke van betaling te vervangen door twee dagen hechtenis.
1.4. Op 15 juni 2010 hebben eisers beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en daarbij een tiental cassatiemiddelen te berde gebracht. In de cassatiemiddelen IV en VI hebben eisers - kort gezegd - betoogd dat hun vrijheid van verdediging en meningsuiting door de handelwijze van de voorzitter van het gerechtshof 's-Hertogenbosch is geschonden.
1.5. Bij arresten van 13 maart 2012 heeft de Hoge Raad eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatiemiddelen IV en VI en geoordeeld dat de overige cassatiemiddelen niet tot cassatie kunnen leiden.
2. Het geschil
2.1. Eisers vorderen:
I. gedaagde te verbieden om over te gaan tot de tenuitvoerlegging van de tegen eisers op 2 juni 2010 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen arresten, voordat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zal hebben geoordeeld over de in te dienen klacht;
II. gedaagde te gebieden de reeds getroffen maatregelen ter tenuitvoerlegging van de arresten ongedaan te maken.
2.2. Daartoe voeren eisers het volgende aan. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdediging van eisers in de tegen hen gerichte strafzaken volkomen onmogelijk gemaakt door hun raadslieden het woord te ontnemen en uit de rechtszaal te sturen. In de cassatieschrifturen en aanvullende cassatieschrifturen is op verschillende onderdelen gemotiveerd gesteld dat daarmee het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) is geschonden. Daarop is met geen enkel woord door de advocaat-generaal en de Hoge Raad gerespondeerd. Dat is in strijd met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, aangezien een zorgvuldige beoordeling is vereist indien door de justitiabele wordt gesteld dat door de toepassing van een nationale wettelijke regeling inbreuk wordt gemaakt op een verdragsrechtelijk recht. De Hoge Raad heeft willens en wetens het in artikel 13 EVRM Pro gewaarborgde recht van eisers geschonden. De arresten zijn op een onrechtmatige wijze tot stand gekomen en leveren een onrechtmatige daad op van gedaagde tegenover eisers. Als gevolg hiervan is de veroordeling door het gerechtshof 's-Hertogenbosch in stand gelaten en worden eisers zowel in hun vrijheid als in hun financiële belangen getroffen.
2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
3. De beoordeling van het geschil
3.1. Vooropgesteld wordt dat een veroordelende beslissing van de strafrechter waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, niet alleen mag maar ook moet worden ten uitvoer gelegd. Het is onverenigbaar met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken dat een veroordeelde de gelegenheid zou hebben langs de weg van een vordering tegen de Staat op grond van artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de beslissing van de strafrechter of de aanvaardbaarheid van de procesgang die tot de beslissing heeft geleid tot onderwerp van een nieuw geding te maken en door de burgerlijke rechter te doen toetsen. Volgens vaste jurisprudentie kan evenwel een uitzondering worden aanvaard op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen ingeval een uitspraak van het EHRM waarmee de strafrechter bij zijn beslissing geen rekening heeft kunnen houden, noopt tot de slotsom dat die beslissing tot stand is gekomen op zodanige wijze dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke behandeling van de zaak in de zin van artikel 6 EVRM Pro.
3.2. Nog afgezien van het feit dat eisers niet hebben weersproken dat zij tot op heden nog geen klacht hebben ingediend bij het EHRM, is gesteld noch gebleken dat voornoemde uitzondering zich in onderhavige zaak voordoet. Kern van het betoog van eisers is immers dat de Hoge Raad artikel 13 EVRM Pro heeft geschonden door niet te responderen op de klacht van eisers dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch door zijn handelwijze ter zitting fundamentele beginselen uit het EVRM heeft geschonden. In dat kader is van belang dat de Hoge Raad eisers enkel niet-ontvankelijk heeft verklaard in de cassatiemiddelen IV en VI. Het betoog van eisers dat (gedurende de procedure bij het gerechtshof) mensenrechten zijn geschonden, is (ook) vervat in andere cassatiemiddelen, in het bijzonder in de cassatiemiddelen VII en X. Die middelen zijn, evenals de overige middelen, op de voet van artikel 81 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie afgedaan, hetgeen betekent dat de Hoge Raad daar wel degelijk over heeft geoordeeld. Een en ander leidt tot de conclusie dat geen sprake is van een evidente schending van artikel 13 EVRM Pro. Het feit dat de advocaat-generaal niet afzonderlijk is ingegaan op de cassatiemiddelen waarin schending van het EVRM is gesteld, doet aan het bovenstaande niet af aangezien niet de advocaat-generaal, maar de Hoge Raad op het beroep in cassatie heeft te beslissen. De vorderingen van eisers zullen dan ook worden afgewezen.
3.3. Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het gevorderde af;
- veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.391,--, waarvan
€ 816,-- aan salaris advocaat en € 575,-- aan griffierecht;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2012.
hvd