ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7341
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over verzekeringsuitkering na omslaan powerboat en mededelingsplicht vaarbewijs
In deze zaak draait het om een geschil tussen HDI-GERLING Verzekeringen N.V. en een ondernemer die watersportactiviteiten aanbiedt, over de uitkering van een pleziervaartverzekering na het omslaan van een powerboat voor de kust van Scheveningen. HDI vordert terugbetaling van uitkeringen en schadevergoeding wegens vermeende roekeloosheid, schending van de mededelingsplicht omtrent het vaarbewijs en onjuiste informatieverstrekking na het ongeval.
De rechtbank oordeelt dat het omslaan van de powerboat een onzeker voorval is zoals bedoeld in de polis en het Burgerlijk Wetboek. Er is onvoldoende bewijs dat de verzekerde roekeloos heeft gehandeld, mede gelet op de weersomstandigheden en zijn ervaring. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de schade aan de buitenboordmotor door inbeslagname is veroorzaakt.
Ten aanzien van de mededelingsplicht over het vaarbewijs acht de rechtbank de stelling van HDI dat de verzekerde voorafgaand aan het sluiten van de verzekering niet over een geldig vaarbewijs beschikte voorshands aannemelijk. De verzekerde krijgt gelegenheid tegenbewijs te leveren. De beslissing wordt aangehouden in afwachting van bewijslevering over het vaarbewijs. Ook de vordering in reconventie wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor bewijslevering over het bezit van een geldig vaarbewijs en verdere beslissing.