ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6876
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na vernietiging terugkeerbesluit en bewaring
De vreemdeling, met Surinaamse nationaliteit, stelde beroep in tegen het voortduren van zijn bewaring die was opgelegd bij besluit van 2 december 2011. De maatregel van bewaring was op 2 augustus 2012 opgeheven. De rechtbank overwoog dat de rechtmatigheid van de bewaring reeds eerder was beoordeeld en dat het beroep zich nu beperkte tot de vraag of de bewaring eerder had moeten worden opgeheven en of schadevergoeding op grond van artikel 106 Vreemdelingenwet Pro 2000 toekwam.
De rechtbank constateerde dat het terugkeerbesluit van 2 december 2011 onrechtmatig was verklaard op 1 augustus 2012, waardoor de bewaring formeel onrechtmatig was. Echter, het voortduren van de bewaring vanaf de uitspraak van 21 juni 2012 was rechtmatig verklaard en deze formele rechtskracht kon niet worden doorbroken. De rechtbank zag geen aanleiding om te oordelen dat de bewaring eerder had moeten worden opgeheven en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin is gesteld dat schadevergoeding mogelijk is op grond van artikel 8:73 Awb Pro bij vernietiging van het terugkeerbesluit, maar dat dit in een aparte procedure moet worden gevraagd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.