ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6557
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A. Koppen
- D.H. von Maltzahn
- A.M. Brakel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van het Nederlanderschap na rechtsgeldige erkenning van een kind volgens Nederlands recht
Verzoekster, geboren in Ghana in 1982, verzocht de rechtbank vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van een erkenning door haar biologische vader, die sinds 1994 de Nederlandse nationaliteit heeft. De erkenning vond plaats op 27 november 2000 via een notariële akte.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) betwistte de geldigheid van deze erkenning, stellende dat verzoekster al twee juridische ouders had en dat erkenning volgens Ghanees recht niet had plaatsgevonden. De rechtbank onderzocht de criteria van het Ghanees familierecht en concludeerde dat onvoldoende feiten waren vastgesteld die een erkenning volgens Ghanees recht ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat de erkenning op 27 november 2000 rechtsgeldig was volgens Nederlands recht en dat verzoekster daardoor de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. De IND werd veroordeeld in de proceskosten, en het verzoek werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster sinds 27 november 2000 de Nederlandse nationaliteit bezit door een rechtsgeldige erkenning.