ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6473
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A. Koppen
- D.H. von Maltzahn
- A.M. Brakel
- Rechtspraak.nl
Amerikaanse adoptie in 2003 leidt niet tot verkrijging van het Nederlanderschap
Verzoekers, de wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige dochter, vroegen de rechtbank vast te stellen dat hun dochter de Nederlandse nationaliteit bezit op grond van haar Amerikaanse adoptie in 2003. De rechtbank overwoog dat de adoptie plaatsvond vóór de inwerkingtreding van artikel 5b lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) per 1 januari 2004, waardoor dit artikel niet van toepassing is op deze adoptie.
Daarnaast trad het Haags Adoptieverdrag, genoemd in het oude artikel 5 lid 2 RWN Pro, pas in 2008 voor de Verenigde Staten in werking, terwijl de adoptie in 2003 plaatsvond. Hierdoor is ook dit artikel niet van toepassing. De rechtbank stelde dat erkenning van de adoptie door een Nederlandse rechtbank na 2004 niet gelijkstaat aan de adoptie zelf en geen grond biedt voor verkrijging van het Nederlanderschap.
Verzoekers voerden aan dat geen onderscheid gemaakt mag worden tussen hun geadopteerde dochter en hun andere kinderen die wel de Nederlandse nationaliteit bezitten, maar de rechtbank benadrukte dat de verkrijging van het Nederlanderschap strikt is geregeld in de RWN. Het primaire verzoek tot vaststelling en het subsidiaire verzoek tot verlening van het Nederlanderschap werden afgewezen, omdat de rechtbank slechts bevoegd is tot vaststelling en niet tot verlening van het Nederlanderschap in deze procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek af omdat de Amerikaanse adoptie in 2003 niet leidt tot het Nederlanderschap van het kind.