ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6375
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens inreisverbod
Eiser, een Egyptische vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke werd afgewezen door verweerder, de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Tegelijkertijd werd aan eiser een inreisverbod opgelegd voor twee jaar. Eiser stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
De rechtbank stelde vast dat zolang het inreisverbod van kracht is, het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet kan leiden tot rechtmatig verblijf. Dit omdat het inreisverbod het rechtmatig verblijf uitsluit, met uitzondering van enkele specifieke situaties die hier niet van toepassing zijn. Het feit dat het inreisverbod nog niet in rechte vaststaat, dat eiser rechtmatig verblijf had gedurende de behandeling van zijn asielaanvraag, en dat hij de EU nog niet had verlaten na oplegging van het inreisverbod, verandert hier niets aan.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een vreemdeling pas belang heeft bij toetsing van een afwijzing van een verblijfsvergunning als het inreisverbod wordt opgeheven of vernietigd. Eiser kan de schending van artikel 3 EVRM Pro aanvoeren in procedures tegen het inreisverbod zelf. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het geldende inreisverbod.