ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6356
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtsiging tot verkoop kantoorpand en beoordeling maatschap tussen mede-eigenaren
Partijen zijn sinds 23 september 2009 ieder voor de helft eigenaar van een kantoorpand aan de A-straat te plaats A. De pandverhuur was tot 1 oktober 2010 aan een advocatenmaatschap. Na ontbinding van die maatschap gebruikten partijen het pand nog gezamenlijk tot januari 2011.
Verzoekster verzocht de rechtbank haar te machtigen tot verkoop van het pand op grond van artikel 3:174 BW Pro, waarbij zij tevens wilde dat de beschikking de toestemming van belanghebbende zou vervangen. Subsidiair verzocht zij om ontbinding van de maatschap op grond van artikel 7A:1684 BW wegens gewichtige redenen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 3:174 BW Pro niet van toepassing is indien sprake is van een maatschap die niet is ontbonden. Uit de feiten en jaarstukken blijkt dat partijen na 23 september 2009 het pand in een maatschap exploiteerden, gericht op het verkrijgen en verdelen van voordeel. De verhuur was beëindigd, maar het oogmerk op voordeel bleef bestaan, waardoor de maatschap niet was geëindigd.
De rechtbank verwees het subsidiaire verzoek tot ontbinding naar de dagvaardingsprocedure en hield de verzoekschriftprocedure aan in afwachting van de beslissing daarop. Tevens adviseerde de rechtbank partijen om een makelaar in te schakelen voor taxatie en verkoop, en stelde zij dat partijen het pand onder voorwaarden onderling kunnen verdelen. De procedure werd aangehouden om verdere escalatie en kosten te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een maatschap waardoor artikel 3:174 BW niet van toepassing is, verwijst het subsidiaire verzoek tot ontbinding naar de dagvaardingsprocedure en houdt de verzoekschriftprocedure aan.