ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5840
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vrijheidsbeperkende maatregel op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eisers, allen van Somalische nationaliteit, zijn op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 verplicht gesteld om te verblijven in de gemeente Aalden. Zij voerden aan dat zij een asielverzoek hadden ingediend, waardoor de maatregel niet aan hen mocht worden opgelegd. De rechtbank oordeelde echter dat niet aannemelijk was dat een dergelijk asielverzoek was gedaan, mede omdat de verklaringen van eisers in het kader van vertrekgesprekken niet als asielverzoek konden worden beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat eisers procesbelang hadden bij hun beroepen omdat de maatregel hun bewegingsvrijheid beperkte. De rechtbank overwoog dat ook als zij een asielverzoek hadden gedaan, dit niet automatisch zou leiden tot het ontbreken van bevoegdheid tot oplegging van de maatregel. Verweerder mocht bovendien aannemen dat eisers niet beschikten over voldoende middelen van bestaan en geen vaste woon- of verblijfplaats hadden, hetgeen de oplegging van de maatregel rechtvaardigde.
Verder werd overwogen dat het ontbreken van zicht op uitzetting naar Somalië en de stelling dat geen rechtsplicht tot vertrek zou rusten op eisers, niet verhinderen dat de maatregel werd opgelegd. Andere beroepsgronden werden niet aangevoerd en de rechtbank zag geen reden om de maatregelen onrechtmatig te achten. De beroepen werden ongegrond verklaard en verzoeken tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard en de verzoeken tot schadevergoeding afgewezen.