ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid en gegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoekster diende op 19 januari 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor arbeid in loondienst, welke op 4 maart 2011 werd afgewezen. Tegen dit besluit maakte zij op 21 maart 2011 bezwaar, dat op 15 juli 2011 ongegrond werd verklaard. Vervolgens werden meerdere beroepen en bezwaren ingediend, waaronder een beroep op 12 november 2011 en een beroep op 6 december 2011.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar van 12 november 2011 door verweerder als beroep naar de rechtbank had moeten worden doorgezonden, wat niet is gebeurd. Hierdoor werd het beroep van 27 januari 2012 gegrond verklaard en het besluit van 3 januari 2012 vernietigd. Het beroep van 6 december 2011 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eerder al beroep was ingesteld op 12 november 2011.
Verder werd vastgesteld dat het beroepschrift van 12 november 2011 niet tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn van vier weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Verzoekster voerde aan het besluit niet te hebben ontvangen, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de bekendmaking rechtsgeldig was aan de gemachtigde van verzoekster en dat verzoekster zelf het risico droeg van het niet op de hoogte zijn.
Het beroep van 12 november 2011 werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van 27 januari 2012 is gegrond verklaard en het besluit van 3 januari 2012 vernietigd; overige beroepen zijn niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard.