ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4544
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in vordering tot opheffing voorlopige hechtenis wegens gesloten stelsel strafrechtelijke rechtsmiddelen
Eiser werd op 24 april 2012 aangehouden op verdenking van meerdere strafbare feiten en op 27 april 2012 in bewaring gesteld. Op 9 mei 2012 werd zijn voorlopige hechtenis geschorst onder voorwaarden, waaronder het verbod om publicaties te doen via bepaalde internetsites. Nadat eiser deze voorwaarden zou hebben overtreden, werd de schorsing op 14 juni 2012 opgeheven.
Eiser vorderde in kort geding opheffing of schorsing van zijn voorlopige hechtenis, stellende dat de voorwaarden onrechtmatig zijn omdat ze inbreuk maken op zijn vrijheid van meningsuiting en dat hij geen effectief rechtsmiddel heeft tegen de opheffing van de schorsing, wat strijd zou zijn met artikel 13 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen gesloten is en dat de juistheid van de beslissing tot opheffing van de schorsing niet in een civiele procedure kan worden getoetst. Eiser kan via de strafrechtelijke weg een verzoek tot schorsing of opheffing van de voorlopige hechtenis indienen, welke procedures voldoende waarborgen bieden.
Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen en veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de strafrechter niet in staat is om de gestelde schending van grondrechten mee te nemen in zijn beoordeling.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis.