ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring wegens te laat verlengingsbesluit in vreemdelingenzaak
Eiser werd op 14 september 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring mag volgens het vijfde lid van dit artikel niet langer duren dan zes maanden. Op 13 maart 2012 was deze termijn verstreken, maar verweerder nam geen verlengingsbesluit en hief de bewaring pas op 14 maart 2012 op, een dag te laat. Hierdoor was de voortzetting van de bewaring onrechtmatig.
Eiser had beroep ingesteld tegen de voortzetting van de maatregel en vorderde opheffing en schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop tussen het sluiten van het onderzoek en het moment van onrechtmatigheid onvoldoende lang was om een gebrek aan voortvarendheid aan te nemen.
De rechtbank kende op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een schadevergoeding toe van €80,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten van €437,-. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. Dondorp op 12 juni 2012.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig voortgezet en eiser krijgt een schadevergoeding van €80,- toegekend.