ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van Unierechtelijke bescherming
Eiser, van Indiase nationaliteit, verzocht om een document op grond van artikel 9, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, waarmee rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt bevestigd. De minister wees dit verzoek af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelde vast dat eiser niet betwistte dat zijn partner, een Nederlandse en daarmee EU-burger, geen begunstigde is onder de Verblijfsrichtlijn, en dat eiser zelf ook geen begunstigde is.
Eiser voerde aan dat hij op grond van het Unierecht, met name de arresten Ruiz Zambrano en Dereci, recht op verblijf heeft omdat anders zijn partner gedwongen zou worden Nederland en de EU te verlaten. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat de minister deze Unierechtelijke aspecten niet had beoordeeld. Daarom werd het besluit vernietigd wegens schending van de artikelen 3:2 en 7:12 Awb.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven en concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn partner zodanig afhankelijk is dat zij het grondgebied van de Unie zou moeten verlaten. Het beroep op het EVRM en het Handvest van de grondrechten werd eveneens verworpen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat inmiddels op het beroep was beslist. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.