ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3673
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht bij verzoek vervangende toestemming erkenning
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot vervangende toestemming erkenning en vaststelling van een omgangsregeling, ingediend op 11 juni 2012. Verzoeker, vertegenwoordigd door een bijzonder curator, had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken voldaan. De griffier stelde verzoeker bij brief van 13 juli 2012 in de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over het verzuim en een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, Rv.
Verzoeker voerde aan dat de nota voor betaling pas op 10 juli 2012 was ontvangen, waardoor tijdige betaling niet mogelijk was, en dat geen aanmaning was verzonden. De rechtbank stelde echter vast dat de nota gedateerd was op 22 juni 2012 en dat verzoeker deze tijdig had kunnen ontvangen en betalen. Het ontbreken van een aanmaning deed hieraan niet af, aangezien betaling na aanmaning niet als tijdig wordt beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet had onderbouwd dat niet-ontvankelijkverklaring zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard die de toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen. Daarom werd het beroep op de hardheidsclausule afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.