ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3649

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
12 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
418827 FA RK 12-3475
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282a RvArtikel 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht

Verzoekers hebben een verzoek tot echtscheiding ingediend, maar hebben het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De griffier heeft hen hierop gewezen en hen in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het verzuim en eventueel een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, Rv.

De advocaat van verzoekers heeft verklaard dat de betaling vertraagd was door bankstoringen en administratieve complicaties, maar dit beroep werd niet binnen de gestelde termijn gedaan. De rechtbank overweegt dat zelfs als het beroep tijdig was ingediend, het niet zou worden gehonoreerd omdat de betalingsproblemen na de wettelijke termijn geen geldige reden vormen voor uitstel.

De rechtbank benadrukt dat het feit dat enige vertraging in de afwikkeling optreedt geen onbillijkheid van overwegende aard oplevert. Daarom worden verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot echtscheiding wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector familie- en jeugdrecht
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-3475
Zaaknummer: 418827
Datum beschikking: 12 juli 2012
Scheiding
Beschikking op het op 7 mei 2012 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats vrouw],
advocaat mr. J.I. van Leeuwen te Wassenaar,
en
[de man],
wonende te [woonplaats man],
advocaat mr. J.I. van Leeuwen te Wassenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoek, strekkende tot echtscheiding.
De griffie heeft de ontvangst van het verzoekschrift bij schrijven d.d. 9 mei 2012 bevestigd.
Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken zijn verzoekers griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift en dienen zij ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien, in dit geval dus uiterlijk op 4 juni 2012, is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort. Verzoekers hebben het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan.
Bij brief van 12 juni 2012 heeft de griffier verzoekers in de gelegenheid gesteld zich binnen twee weken na dagtekening van deze brief schriftelijk en gemotiveerd uit te laten met betrekking tot het geconstateerde verzuim en/of alsnog een beroep te doen op de hardheidsclausule van artikel 282a, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Bij bericht van 2 juli 2012 heeft de advocaat verzocht het verzuim door de vingers te zien. Hiervoor heeft zij aangevoerd dat op 8 juni 2012 verschillende storingen bij de bank zijn geweest, waardoor betalingen zijn gestorneerd. Zij verkeerde daardoor ten onrechte in de veronderstelling dat het griffierecht voldaan was. Na de tweede aanmaning van de rechtbank d.d. 25 juni 2012 is het griffierecht meteen voldaan.
Bij bericht van 11 juli 2012 heeft de advocaat nader toegelicht dat aanvankelijk te laat betaald was doordat het ingewikkelder dan verwacht bleek een rekening-courant bij de rechtbank te nemen, waardoor toch is besloten betalingen in eigen beheer te houden. Zij heeft er voorts op gewezen dat partijen het geheel eens zijn en dat het jammer zou zijn als de afwikkeling vertraging zou oplopen.
Beoordeling
Nu verzoekers het verschuldigde griffierecht niet tijdig hebben voldaan, dient de rechter verzoekers gelet op het bepaalde in artikel 282a, tweede lid, Rv niet-ontvankelijk te verklaren in het verzoek, tenzij toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 282a, vierde lid, Rv, de hardheidsclausule).
Voor zover het verzoek van de advocaat het verzuim door de vingers te zien moet worden gelezen als een beroep op de hardheidsclausule, gaat de rechtbank daaraan voorbij omdat dit beroep niet is gedaan binnen de daarvoor gestelde termijn.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat dit verzoek, als het wel tijdig was ontvangen en zou moeten worden gezien als een beroep op de hardheidsclausule, zou zijn afgewezen. Problemen bij het aanvragen van een rekening-courant en een - overigens niet aangetoonde - bankstoring na het verstrijken van de wettelijke betalingstermijn staan aan tijdige betaling immers niet in de weg. Ook het feit dat enige vertraging in de afwikkeling optreedt is niet te beschouwen als een onbillijkheid van overwegende aard.
Verzoekers zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage door mr. I.D. Bellaart, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2012.