ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2847
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en onvoldoende grond
De zaak betreft een schriftelijk wrakingsverzoek van een verdachte tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer die zijn strafzaak behandelde. De verdachte stelde dat een opmerking van de voorzitter tijdens zijn ondervraging partijdig was en de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen schaden. De wrakingskamer beluisterde geluidsopnamen van de zitting en constateerde dat het misverstand tussen de voorzitter en de verdediging ter zitting was opgehelderd.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend; het had direct bij het ontstaan van het vermeende misverstand moeten worden ingediend. Bovendien bepaalde artikel 513, derde lid, Sv dat alle gronden tegelijk moeten worden voorgedragen. De aanvulling van het wrakingsverzoek met een tweede grond tijdens de mondelinge behandeling was niet toelaatbaar.
Ten overvloede overwoog de wrakingskamer dat, zelfs als het verzoek ontvankelijk was geweest, het zou zijn afgewezen. De opmerking van de voorzitter was niet partijdig en viel binnen de vrijheid die een strafrechter heeft om kritische vragen te stellen. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en de strafzaak wordt voortgezet.