ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2776
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker uit Somalië op grond van WBV 2011/13
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, diende op 30 november 2011 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 31 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat volgens het beleid WBV 2011/13 geen uitzonderlijke situatie in Zuid- en Centraal-Somalië bestond die internationale bescherming rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker tussen 2008 en 2009 onder de macht van Al-Shabaab heeft geleefd en zich aan diens regels heeft aangepast. Verzoeker betoogde dat het beleid WBV 2011/13 als nieuw feit of veranderde omstandigheid moet worden beschouwd, wat hij als grond voor zijn aanvraag aanvoerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat WBV 2011/13 inderdaad als relevant gewijzigd recht moet worden gezien en dat het beroep van verzoeker daarop inhoudelijk moet worden beoordeeld. Daarom werd het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder werd verboden om verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat vier weken na de uitspraak op het beroep waren verstreken.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.P. Claus en griffier A.P. Kuiters op 13 januari 2012. De voorlopige voorziening voorkomt onmiddellijke uitzetting in afwachting van de definitieve beslissing van de meervoudige kamer over het beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat vier weken na de uitspraak op het beroep zijn verstreken.