ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2773
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische vreemdeling wegens onvoldoende bewijs onhoudbaarheid verblijf onder Al-Shabaab
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Somalische vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De vreemdeling had eerder al een asielaanvraag ingediend die was afgewezen en waartegen hoger beroep was ingesteld, maar deze was ongegrond verklaard. De nieuwe aanvraag was gebaseerd op het Besluit van 22 september 2011 (WBV 2011/13) en de verslechterde situatie in Somalië.
De rechtbank oordeelde dat het beleid en de uitvoeringspraktijk rond WBV 2011/13 de rechterlijke toets kunnen doorstaan. Verweerder had terecht geoordeeld dat eiser, die gedurende vier maanden onder de macht van Al-Shabaab heeft geleefd, geacht moet worden bekend te zijn met de strenge regels van deze organisatie. Het feit dat de bestraffing door Al-Shabaab strenger is geworden, was onvoldoende concreet onderbouwd om aan te nemen dat eiser zich niet kan handhaven.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook de stelling dat verweerder de verkeerde provincie als uitgangspunt nam, werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich niet kan handhaven onder de regels van Al-Shabaab.