ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1263
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoeken wegens onvoldoende summierlijk vastgestelde vorderingsrechten
Verzoeksters hebben drie identieke faillissementsverzoeken ingediend tegen verweerders, stellende dat verweerders zijn opgehouden te betalen. De verzoeken zijn gecombineerd behandeld vanwege de verwevenheid. Verzoeksters baseren hun vorderingen op vermeende onrechtmatige handelingen van verweerders in de Vastgoedfraude, waarbij verweerders als hoofdverdachten zijn aangemerkt.
De rechtbank stelt dat voor faillietverklaring summierlijk moet blijken dat verzoeksters vorderingsrechten op verweerders hebben en dat verweerders zijn opgehouden te betalen. Uit de overgelegde strafrechtelijke processen-verbaal en het vonnis tegen een andere hoofdverdachte blijkt betrokkenheid, maar de strafzaak tegen verweerders is nog niet inhoudelijk behandeld, waardoor hoor en wederhoor ontbreekt. Civielrechtelijke aansprakelijkheid is daarom nog niet vast te stellen.
Verder zijn de civiele procedures van verzoeksters tegen verweerders stilgelegd of niet voortgezet, en is onvoldoende onderbouwd dat verweerders erkend hebben te betalen. De enkele aansprakelijkheidsstelling van verzoeksters is onvoldoende om een vorderingsrecht summierlijk vast te stellen. De rechtbank concludeert dat niet aan de vereisten voor faillietverklaring is voldaan en wijst de verzoeken af.
De rechtbank komt daardoor niet toe aan de beoordeling of verweerders daadwerkelijk zijn opgehouden te betalen. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Faillissementsverzoeken worden afgewezen wegens onvoldoende summierlijk vastgestelde vorderingsrechten.