ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0977
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- D.R. Glass
- M.J. van Cleef-Metsaars
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid langstudeerdersmaatregel wegens schending gelijkheidsbeginsel voor bepaalde deeltijdstudenten
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 11 juli 2012 uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van de Wet langstudeerders, die een verhoogd collegegeldtarief invoert voor studenten die langer dan de nominale studieduur over hun opleiding doen. ISO c.s. stelde dat deze maatregel onrechtmatig is wegens schending van diverse verdragsbepalingen, waaronder het recht op onderwijs, het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het recht op onderwijs niet disproportioneel wordt beperkt door de maatregel en dat de Staat een ruime beoordelingsmarge heeft bij het reguleren van collegegelden in het hoger onderwijs. De maatregel is voorzienbaar en dient het legitieme doel van studierendementsverhoging en kostenbesparing. De rechtbank verwierp de stellingen dat sprake is van een eigendomsrecht op het huidige collegegeldtarief en dat de maatregel een strafrechtelijke boete betreft.
Wel stelde de rechtbank vast dat de maatregel onrechtmatig is voor een specifieke groep deeltijdstudenten die zich uiterlijk op 1 februari 2011 inschreven voor deeltijdopleidingen met een nominale studieduur langer dan de voltijdvariant, omdat zij ondanks (vrijwel) nominaal studeren het verhoogd tarief verschuldigd zijn. Dit betreft een schending van het materiële gelijkheidsbeginsel zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging. De rechtbank stelde het betreffende wetsartikel buiten werking voor deze groep totdat een adequate overgangsregeling is getroffen.
Uitkomst: De langstudeerdersmaatregel wordt buiten werking gesteld voor een specifieke groep deeltijdstudenten wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.