ECLI:NL:RBSGR:2012:BX0613
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste identiteit en nationaliteit bij visumaanvraag in België
Eiseres, die de Congolese nationaliteit verklaarde te hebben, kreeg een verblijfsvergunning in Nederland toegekend op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder trok deze vergunning in nadat bleek dat eiseres, haar echtgenoot en kind bij Belgische autoriteiten bekend stonden onder een andere naam en met de Rwandese nationaliteit. Uit DNA-onderzoek bleek dat de echtgenoot de vader van het kind was. Verweerder stelde dat eiseres onjuiste gegevens had verstrekt bij haar asielaanvraag, wat een grond voor intrekking vormt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uit de informatie van de Belgische immigratiedienst kon afleiden dat eiseres onjuiste gegevens had verstrekt. Eiseres kon onvoldoende overtuigend aantonen dat zij niet de persoon was die in 2008 een visumaanvraag in België had gedaan, mede omdat de foto op de visumaanvraag overeenkwam met haar beeltenis en de gebruikte identificatiemethode betrouwbaar was. Ook werd geoordeeld dat verweerder gerechtigd was om informatie uit de procedure van de echtgenoot te betrekken.
Verder werd vastgesteld dat de stellingen van eiseres over haar nationaliteit en het ontbreken in het Eurodac-register onvoldoende waren om de intrekking te weerleggen. De rechtbank concludeerde dat verweerder zich terecht op het standpunt kon stellen dat eiseres de Rwandese nationaliteit had en dat de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum gerechtvaardigd was. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning wegens onjuiste gegevens.