ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9904
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake ongeldige inschrijving aanbesteding gladheidsbestrijding
In twee kort gedingzaken oordeelde de rechtbank over geschillen omtrent een Europese aanbesteding door Rijkswaterstaat voor gladheidsbestrijding in Noord-Oost Nederland. Nieboer en Krinkels hadden hun inschrijvingen ingediend zonder de kentekens en standplaatsen van het in te zetten materieel te vermelden in het plan van aanpak, wat Rijkswaterstaat als onvolledig en ongeldig beschouwde.
Beide partijen voerden aan dat het plan van aanpak slechts op hoofdlijnen hoefde te worden ingevuld en dat het niet redelijk was om deze gedetailleerde gegevens al bij inschrijving te verlangen. Zij stelden dat het antwoord op een Nota van Inlichtingen (vraag 5 in NvI-3) een onrechtmatige aanvullende eis zou zijn en dat herstel van het gebrek mogelijk had moeten zijn.
De rechtbank oordeelde dat het antwoord op de Nota van Inlichtingen een verduidelijking was van de eisen en geen nieuwe verzwarende eis. Het plan van aanpak moest wel degelijk de kentekens en standplaatsen bevatten om de aanrijtijden en de realiteit van de inschrijving te kunnen beoordelen. Het ontbreken hiervan leidde tot uitsluiting van de inschrijvingen. Ook was er geen sprake van een kennelijke verschrijving die herstel rechtvaardigde.
De vorderingen van Nieboer en Krinkels werden daarom afgewezen. Sita en DJV cs, die als tussenkomende partijen waren toegelaten, werden in het gelijk gesteld en de Staat werd veroordeeld in de proceskosten, die aan hun zijde nihil werden begroot. De kostenveroordelingen jegens Nieboer en Krinkels werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Nieboer en Krinkels af en bevestigt de geldigheid van de uitsluiting van hun inschrijvingen wegens het ontbreken van kentekens en standplaatsen in het plan van aanpak.