ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9800
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.J. Hoekstra- van Vliet
- Rechtspraak.nl
Internationale omgangsregeling minderjarige vastgesteld op grond van artikel 21 HKOV
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Centrale Autoriteit tot vaststelling van een internationale omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige, op grond van artikel 21 van Pro het Haagse Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De minderjarige verblijft bij zijn vader in Nederland, terwijl de moeder in de Verenigde Staten woont.
Tijdens de zitting en mediationpogingen tussen ouders werd geen minnelijke schikking bereikt. De rechtbank bepaalde dat de minderjarige drie weken van de zomervakantie bij de moeder in de Verenigde Staten zal doorbrengen, waarbij de ouders de reiskosten gelijk delen. Daarnaast is vastgesteld dat de minderjarige eenmaal per week telefonisch contact zal hebben met de moeder en tweemaal per maand via Skype, op vaste tijdstippen.
De rechtbank benadrukte het belang van het bezit van zowel het Nederlandse als het Amerikaanse paspoort door de minderjarige om de omgangsregeling goed te kunnen uitvoeren. De moeder is opgedragen het Nederlandse paspoort aan de vader te geven, die dit bij overdracht van het kind aan de moeder moet overhandigen en na terugkeer weer terugvraagt.
Het verzoek tot een langere zomervakantieperiode en frequenter telefonisch contact werd deels afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige werd geacht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De rechtbank stelde een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige drie weken van de zomervakantie bij de moeder verblijft en regelmatig telefonisch en via Skype contact onderhoudt.