ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9458

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
19 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWb 12/16433
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens gebrek aan belang

Op 3 mei 2012 heeft de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een terugkeerbesluit genomen tegen eiseres, inclusief een inreisverbod van twee jaar. Eiseres is hierover gehoord en heeft meerdere malen verklaard terug te willen keren naar Vietnam en niet van plan te zijn terug te keren naar Europa.

Eiseres is op 13 mei 2012 uitgezet naar Vietnam. Zij heeft bij eerdere procedures schadevergoeding ontvangen wegens onrechtmatige inbewaringstelling. Ondanks het instellen van beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, oordeelt de rechtbank dat eiseres geen belang heeft bij het beroep omdat zij niet van plan is terug te keren en de mogelijkheid dat zij zich bedenkt speculatief is.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter B. van Velzen en griffier N. Jansen.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Dordrecht
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer
procedurenummer: AWB 12/16433, V-nummer: [nummer],
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in het geding tussen
[naam], eiseres,
gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht,
en
de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder,
gemachtigde: mr. M.H. Tjokrojoso, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
1. Ontstaan en loop van het geding
Op 3 mei 2012 heeft verweerder ten aanzien van eiseres een terugkeerbesluit genomen. Het besluit omvat tevens een inreisverbod voor de duur van twee jaar.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij faxbericht van 16 mei 2012 beroep ingesteld.
De zaak is op 14 juni 2012 behandeld ter zitting van een enkelvoudige kamer.
Beide partijen zijn verschenen bij gemachtigde.
2. Overwegingen
2.2.1. Op 3 mei 2012 is eiseres gehoord over het voornemen tot het nemen van een terugkeerbesluit en het uitvaardigen van een inreisverbod. Blijkens het proces-verbaal van gehoor heeft eiseres bij deze gelegenheid verklaard dat zij graag terug wil naar Vietnam en dat zij niet van plan is naar Europa terug te komen.
Eveneens op 3 mei 2012 is eiseres gehoord over het voornemen haar in vreemdelingenbewaring te stellen. Blijkens het proces-verbaal van gehoor heeft eiseres bij deze gelegenheid verklaard dat zij graag zo snel mogelijk naar Vietnam wil terugkeren en dat zij niet terug wil naar Tsjechië, omdat zij daar geen werk meer heeft en ook geen verblijfsvergunning.
Tijdens het vertrekgesprek van 8 mei 2012 heeft eiseres verklaard dat zij graag wil terugkeren naar Vietnam.
Op 13 mei 2012 is eiseres uitgezet naar Vietnam.
Bij uitspraak van 23 mei 2012 heeft deze rechtbank en nevenzittingsplaats eiseres schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling.
2.2.2. Eiseres is uitgezet naar Vietnam, zij heeft herhaaldelijk verklaard terug te willen keren naar dat land, zij heeft verklaard dat zij niet van plan is terug te komen naar Europa en aan haar is schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling.
Gevraagd naar het belang van eiseres bij haar beroep heeft haar gemachtigde naar voren gebracht dat niet valt uit te sluiten dat eiseres zich over enige tijd bedenkt en opnieuw naar Europa wil komen. Deze onzekere toekomstige gebeurtenis levert geen belang op bij het beroep. De verklaringen van eiseres wijzen niet in de richting dat zij zich mogelijk zal bedenken. Bovendien heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting desgevraagd verklaard dat zij met eiseres niet specifiek heeft gesproken over het inreisverbod, zodat - daargelaten of desondanks sprake kan zijn van een toereikende volmacht om beroep in te stellen tegen het inreisverbod - de opmerking dat eiseres zich mogelijk zal bedenken puur speculatief van aard is. Ook overigens bevat het betoog van eiseres geen aanknopingspunten voor de conclusie dat zij belang heeft bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
2.2.3. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
2.2.4. Gezien het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.
3. Beslissing
De rechtbank 's-Gravenhage:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. B. van Velzen, rechter, en door deze en mr. N. Jansen, griffier, ondertekend.