ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8700
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens vermeend gefingeerd dienstverband onterecht
Eiser had een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf bij partner' en later 'voortgezet verblijf'. Deze vergunningen werden met terugwerkende kracht ingetrokken wegens vermeende onjuiste gegevens en een gefingeerd dienstverband tussen de ex-partner en een schoonmaakbedrijf.
Verweerder baseerde de intrekking vooral op een brief van de ex-partner waarin zij stelde dat het dienstverband gefingeerd was. Eiser leverde echter meerdere stukken aan, waaronder loonstroken, werkgeversverklaringen en bankafschriften, die een reëel dienstverband aannemelijk maakten.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij verweerder ligt en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de authenticiteit van het dienstverband. Het standpunt van verweerder dat het dienstverband gefingeerd was, is niet voldoende onderbouwd. Daarom wordt het besluit tot intrekking vernietigd en moet een nieuw besluit worden genomen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van schending van artikel 8 EVRM Pro en dat het beroep gegrond is wegens schending van de Awb. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het dienstverband.