ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8627
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende toetsing asielrelaas
Eiser, een Somalische vreemdeling, diende op 5 september 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 23 februari 2012 af, mede op grond van het feit dat eiser eerder in Malta een asielaanvraag had ingediend en daar bescherming zou hebben verkregen. Verweerder baseerde zich daarbij op artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het asielrelaas van eiser heeft beoordeeld aan de hand van de gronden van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, zonder een inhoudelijke beoordeling te maken van hetgeen eiser in zijn land van herkomst Somalië is overkomen. Tevens is niet getoetst aan de vereisten van artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000, terwijl het besluit lijkt te zijn gebaseerd op artikel 31, tweede lid, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelt vast dat de overwegingen ten aanzien van Malta niet kwalificeren als een afwijzingsgrond zoals bedoeld in artikel 30 of Pro 31 van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en strijdig met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen.