ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8063
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitzetting naar Jordanië met gebruikmaking van removal order
Eisers, afkomstig uit Irak, werden in vreemdelingenbewaring gesteld en voerden bezwaar aan tegen hun uitzetting naar Jordanië met gebruikmaking van een removal order. Zij betwistten de geldigheid van de removal order, vooral voor hun minderjarige kinderen, en voerden aan dat de toegang tot Jordanië niet gewaarborgd was. Tevens maakten zij bezwaar tegen uitzetting naar een ander land dan Irak.
De rechtbank overwoog dat het niet aan verweerder is om te bewijzen dat de uitzetting zal slagen, maar dat er een redelijke kans moet zijn op toegang tot het land van bestemming. De rechtbank achtte de veronderstelling dat de autoriteiten van Jordanië de toegang verlenen niet onredelijk, mede omdat Nederland en Jordanië partij zijn bij het Verdrag van Chicago en de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk is voor het vervoer.
De rechtbank verwierp het standpunt van eisers dat uitzetting naar Jordanië onrechtmatig is en dat de removal order niet gebruikt mag worden. Ook het argument dat de kinderen niet kunnen worden uitgezet werd niet gevolgd, aangezien de luchtvaartmaatschappij vooraf op de hoogte is gesteld en de kinderen mee kunnen reizen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.