ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7295
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank wegens ontbreken besluit bij beëindiging opvang asielzoeker
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een brief van het COA waarin werd meegedeeld dat zijn recht op opvang was geëindigd nadat de vertrektermijn was verstreken. De rechtbank oordeelde dat het recht op opvang van eiser reeds was geëindigd op grond van een eerdere beschikking en de toepasselijkheid van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De brief van 25 augustus 2011 kon niet worden aangemerkt als een besluit omdat er geen zelfstandige grondslag voor opvang bestond bij of krachtens de Wet COA na het einde van de laatste maatregel.
De rechtbank overwoog dat het enkele tijdsverloop tussen het einde van de laatste maatregel en de brief onvoldoende was om de brief als besluit te kwalificeren, mede omdat eiser meerdere malen uitstel van vertrek en opvang had gekregen. Ook de medische situatie van eiser rechtvaardigde geen ander oordeel, aangezien de procedure over zijn verblijfsvergunning nog liep.
Daarom was er geen aanleiding om de brief van 25 augustus 2011 als een appellabel besluit te beschouwen. Omdat het beroep zich niet richtte tegen een besluit, verklaarde de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Schaberg op 18 april 2012.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep omdat de brief geen besluit is.